Crayestein Groep - Voegconstructies
Voegconstructies in wegen hebben tot doel ruimte te bieden om rijdekken te laten verlengen, verkorten, verplaatsen in verticale richting en roteren ten opzichte van de steunpunten en/of rijdekken van kunstwerken. Zij dienen voldoende sterk te zijn om de verkeersbelastingen te dragen en mogen geen bedreiging vormen voor de veiligheid van het verkeer. Ze moeten de ontwerpbewegingen van de brug als gevolg van het oplegsysteem kunnen volgen. Bij de bewegingen van voegconstructies kunnen krachten ontstaan als gevolg van opspaneffecten of wrijvingen. Eenvoudig te installeren en te vervangen voegen mogen een levensduur hebben van ongeveer 10 jaar, bij de complexere typen is het beter om 30 tot 40 jaar aan te houden voor de niet gemakkelijk te vervangen onderdelen. In veel gevallen wordt in verband met de onderliggende betonconstructies de voorkeur gegeven aan waterdichte voegen.
In Nederland worden een aantal verschillende soorten voegovergangen toegepast, elk met z'n eigen eigenschappen:
Verborgen voegen (Buried Joints)
Flexibele massa (Flexible plug Joints)
Voegen met randprofiel (Nosing Joints)
Mattenvoegen (Mat Joints)
Uitkragende voegen (Cantilever Joints)
Ondersteunde voegen (Supported Joints)
Lamellenvoegen (Modular Joints)
Op dit moment bestaan de volgende eisen en richtlijnen bij Rijkswaterstaat:
NBD 00710 Eisen voor meervoudige voegovergangen
NBD 00400 Eisen voor enkelvoudige voegovergangen
De NBD 00400 is voorzien van twee vrijblijvend te kiezen standaarddetails van duurzame niet geluidsarme oplossingen.
Toepassing van deze details ontheft de aannemer ten dele van de constructieve aantoonplicht.
Het betreft de volgende standaarddetails van Rijkswaterstaat Bouwdienst:
-SD-005-03 Renovatiemodel aan te brengen na het asfalteren.
-SD-005-08 Nieuwbouwmodel aan te brengen voor het asfalteren.











